Mijn Eerste keer

door Sophienne Bos

En dan is het moment daar. Ik word gepubliceerd :)
Na de zes gedichtenbundels waar ik in sta, mag ik nu dan ook een verhalenbundel op mijn lijstje zetten. Ik ben blij dat ik mijn angsten heb overwonnen en toch maar eens een verhaaltje heb ingestuurd.

Uit 153 zijn 16 verhalen gekozen voor de bundel ‘Mijn eerste keer’ van de jonge uitgeverij Oevers.
Hier mijn voordracht:http://youtu.be/cd0e9bBmGsg 

En hieronder mijn korte verhaal:

De tuin

De donkergrijze wolken vlogen over. Het regende, hagelde en

regende weer. IJskoud was het. Wij zaten buiten. Samen. Zoals we

dat vaker deden als onze ouders tegen elkaar schreeuwden. Ik weet

nog dat jij zei dat je het niet meer aankon. Dat het meer pijn deed

dan je wilde toegeven. En ik zweeg.

Ik weet nog dat we daar uren zaten. Die dag duurde de ruzie langer

dan normaal. Veel langer, en jij kroop dicht tegen mij aan, zoals je

vaker deed als je heel verdrietig was. Zoals je deed als je bang was. Jij

was jonger dan ik. Twee jaar jonger. En hoewel je dat nog steeds

bent, ben je tegenwoordig niet meer ‘jonger’. Toen was je dat nog

wel. Toen was je zoveel jonger dan ik, maar tegelijkertijd sterker,

want jij was degene die uiteindelijk de knoop doorhakte. Jij die zei:

‘Het is genoeg.’ Jij die zei: ‘We moeten er wat aan doen.’

We waren natgeregend en tot op het bot verkleumd toen jij opstond.

Het was nog geen tijd! Onze ouders hadden ons niet gehaald, het

teken dat de ruzie voorbij was en zij weer tot over hun oren verliefd

waren. Ik vroeg je waarom je opstond. Jij herhaalde dat het genoeg

was.

We moeten er wat aan doen, herhaalde je. En nog eens. En nog eens.

En ik was het met je eens.

Je liep de tuin uit en ik volgde je. Het was verboden om de tuin uit te

lopen. Dat wist jij en dat wist ik. Toch deden we het. Het was de

eerste keer dat we niet bleven wachten. Ik volgde jou door het

tuinhekje, mijn hart klopte hevig in mijn keel. We liepen over straat.

Er was geen hond te bekennen, ik herinner me dat ik dat vervelend

vond. Ik haatte het om alleen te zijn, niet dat ik toen écht alleen was.

Want jij was er.

Je liep verder en verder en ik volgde jou. Verbaasd over hoe

doelgericht je liep naar een voor mij onbekende bestemming. Ik

vroeg je een aantal keren waarheen we gingen en jij zweeg.

Uiteindelijk kwamen we bij een groot gebouw, nu weet ik wat voor

een gebouw het is, toen wist ik dat niet.

Binnen liep je naar de balie toe en vroeg naar een mevrouw, waarvan

je later vertelde dat je haar op school had ontmoet. Er kwam een

meisje aanrennen met warme dekens, ze vertelde dat er droge kleding

op kantoor was. Mijn broek was te groot en jouw shirt leek op een

jurk. Maar we werden langzaam weer warm. We zaten in een

kamertje met allemaal speelgoed. Ik vond het fijn om daar te zijn. Jij

vond het fijn om bij die mevrouw van school te zijn.

De mevrouw vroeg wat er gebeurd was en dat vertelde jij. Daarna

vroeg ze aan mij of dat soort dingen vaker gebeurde en ik vertelde

van al die keren dat we buiten op het bankje hadden gezeten. Hand

in hand wachtend tot alles binnen weer goed was. Ik vertelde dat

onze ouders nooit tegen ons schreeuwden, maar dat als ze

schreeuwden ze sowieso nooit oog voor ons hadden. Dat we op dat

soort momenten gewoonweg niet bestonden. Dat het allemaal niet

uitmaakte. Ik vertelde ook dat dit de eerste keer was dat we de tuin

uit waren gelopen. We hadden een belangrijke regel gebroken en ik

was bang. De mevrouw vertelde mij dat ik niet bang hoefde te zijn.

Dat ik heel sterk was en dat ze ons zou helpen.

Weet je het nog? Hoe het die dag ging? Soms heb ik het idee dat het

toen allemaal beter is geworden. Soms heb ik het idee dat het toen

allemaal fout is gegaan. Jij werd de daaropvolgende jaren zo

opstandig. Begon het leven anders te zien en bovenal zag je mij niet

meer als de oudste. Je verweet onze ouders van alles en je was boos.

Soms schreeuwde je precies zoals onze ouders vroeger deden. Precies

dat wat wij zo hadden gehaat. Ik kon je niet meer helpen. Jij begon

aan drugs en ging met verkeerde mensen om. Raakte steeds verder

verwijderd van het gezin dat jij en jouw mevrouw hadden gered.

Tot die dag dat ik je hielp herinneren hoe sterk je was. Hoe sterk je

die ene dag was geweest. Je was en bent zo ongelofelijk sterk geweest.

Nu leven we dicht bij elkaar in de buurt. Het gaat goed met jou. Je

spreekt de mevrouw van toen nog steeds. Jullie zijn vrienden

geworden. En belangrijker nog, wij zijn weer vrienden geworden. Er

is alleen één ding dat ik eerder nog nooit heb gezegd en dat doe ik

nu: bedankt. Bedankt dat je zo sterk was toen. Bedankt dat je

opstond. Bedankt dat we voor het eerst alleen de tuin verlieten.

p.s. dit is dus geheel verzonnen hé 😉
Mijn papa en mama hebben maar één of twee keer ruzie gemaakt en toen hoefde ik niet buiten in de regen te zitten met één van mijn broertjes. Daarbij zit goddank geen van mijn broertjes aan de harddrugs 😉