Liefde alleen niet genoeg

door Sophienne Bos

Een tijdje geleden kwam ik een schrijfwedstrijd tegen. De uitdaging: schrijf in precies 335 woorden (inclusief titel) een verhaal met het thema ‘Eerste liefde’.
335 woorden. Precies. Zoiets had ik nog niet eerder gedaan. Leuk, dacht ik, ik doe mee.
Er waren vier prijzen: de 1e, 2e en 3e prijs en voor het meest ontroerende verhaal een illustratie bij je verhaal.

En na een paar weken, toen ik al bijna vergeten had dat ik mee had gedaan, kreeg ik de e-mail waarin stond dat uit 146 inzendingen mijn verhaal het meest ontroerende verhaal is geworden.

Liefde alleen niet genoeg (eigenlijk had het Liefde alleen is niet genoeg moeten zijn, maar dan waren het 336 woorden. En achteraf vind ik dit nog mooier ook).

‘Ik hou van je,’ fluister ik tegen de dichte deur.illustratie
Het kussen naast het mijne is nog warm. Zijn geur hangt in de kamer. De geur die mij doet denken aan limoengras, hoewel hij daar niet eens van houdt.
Ik kijk naar de deur, hopend dat hij zo terug komt. Wetend dat dat niet gebeuren zal.
‘Ik hou van je,’ had hij gezegd toen we het voor de zoveelste keer over onze toekomst hadden, ‘maar alleen van je houden, is dat genoeg?’
Ik had ‘ja’ gezegd, maar het antwoord was ‘nee’ geweest.
‘We zijn zo anders volwassen geworden,’ zei hij. Hij had gelijk. Het enige dat we met elkaar gemeen hadden was de oneindige liefde voor elkaar.
‘Ik weet niet of ik zonder jou kan,’ zei ik. Ergens wist ik dat ik het zou kunnen. De vraag was of ik dat wilde.
Hij kuste mij en ik kuste hem.
‘Ik hou van je,’ zei hij opnieuw, ‘dat zal ik altijd doen.’
In dat eerste geloofde ik, dat tweede niet. Ik zweeg.
‘We houden elkaar op. Je zit stil terwijl je hoort te rennen.’ Hij kuste me opnieuw en ik wist dat ik zou gaan rennen. Rennen door het leven dat hij mij op dit moment aan het teruggeven was.
Een enkele traan rolde over mijn wang. De rest wist ik binnen te houden. Hij ving die ene traan op toen deze bij mijn kin was aangekomen. We keken elkaar aan. Zo’n soort aankijken waarvan je tegelijkertijd hoopt dat het nooit meer ophoud en direct stopt.
Hij kuste mij en ik kuste hem.
We bedreven de liefde. Ik verborg  mijn tranen, die nu rijkelijk stroomden, voor hem.
‘Ik hou van je,’ zei hij toen hij opstond.
Ik volgde hem met mijn blik. Zag de kamerdeur dicht gaan. Hoorde hem op de gang. Hoorde de voordeur iets daarna dicht gaan.

Mijn lip trilt. Woorden die ik al de hele tijd wil zeggen. ‘Ik hou van je,’ fluister ik tegen de dichte deur.

De illustratie is gemaakt door: Judith Zijtregtop