De dood in een lichtgroene rugzak

door Sophienne Bos

Op haar rug droeg Moniek de dood in een lichtgroene rugzak. Ze wist precies waarnaar ze op zoek was. Haar doel was heel helder. Alleen waar kon ze het vinden?

Bijna een uur liep ze rond. De hoop bijna opgegeven. Toen, op een bijna uitgestorven pleintje ergens in West, vond ze wat ze nodig had. Ze trok haar handschoenen aan. Pakte uit haar zak het pistool waarvan ze bang was hem te gebruiken. Ze had geen keus, vertelde ze zichzelf keer op keer.

Van achteren benaderde ze de jonge vrouw op een bankje in West. Opnieuw keek ze rond, behalve de vrouw was er niemand. Het was nu of nooit. Voordat de vrouw doorhad wat er gebeurde zette Moniek de loop van het pistool tegen de slaap van de vrouw. Geen twijfels meer. Haar wijsvinger bewoog, gevolgd door een oorverdovende knal.

Het kind op het schoot van de dode vrouw begon te huilen.

Snel liet Moniek de dode vrouw het pistool aanraken, pakte uit haar rugzak haar dode kind en verruilde die voor de huilende.

Terwijl van alle kanten mensen aan kwamen rennen vertrok Moniek. ‘Jij bent nu mijn Lisa,’ zei ze tegen het kind, haar kind nu. ‘Jij bent nu mijn Lisa, het komt goed.’

Dit verhaal wilde ik een tijde geleden al online gooien. Toen kwam het er niet van. Waarom weet ik eigenlijk niet. Te druk met andere dingen, denk ik. Vandaag wel. Net nu de dood geen onderwerp is om zomaar over te schrijven.

Vandaag liep ik bij mijn gebouw naar buiten. Buiten trof ik politie aan, drie stuks, en een ambulance auto. Iemand uit mijn gebouw is vandaag overleden. En juist vandaag vind ik de tijd om dit verhaaltje online te gooien.

Rust in vrede, mijn gebouwgenoot. Ik hoop dat er een fijn leven op je wacht daarboven. Doe je de groeten aan mijn vader? Die was gisteren jarig. Misschien is zijn feestje nog bezig als je aankomt.