Een maand alleen op reis – #2 Nachtleven Berlijn

door Sophienne Bos

Nadat ik mijn bed heb opgemaakt en mijn spullen in een kluisje heb gedropt loop ik naar beneden. Zonder twijfel ga ik naar de ronde tafel in de hoek. ‘Zit hier iemand?’ vraag ik in het Engels. Het antwoord is nee en ik neem plaats.

Er zit een meisje uit Turkije die in Londen woont, een meisje uit Canada die in Berlijn woont, een jongen uit Duitsland die een woning in Berlijn zoekt, nog een jongen die een woning (en baan) in Berlijn zoekt en twee Zweden.

We praten over reizen, het leven, wat we doen en wat we willen doen. Hostelgangers zijn mensen die uitzoeken wie ze zijn, wordt geconcludeerd. Ik kan niet anders dan het daarmee eens zijn. Hoewel ik een jaar heb geroepen dat ik na mijn studie aan het werk wilde ben ik alleen maar meer gaan twijfelen of ik niet beter toch een Master kan gaan doen: uiteindelijk werd het geen van beide, ik ging deze reis maken en verschoof mijn dilemma.

Andere mensen schuiven bij. Mensen vertrekken. Plannen worden gemaakt, verandert en opnieuw gemaakt. Uiteindelijk besluit ik met twee meisjes uit Chigago, beiden van mijn kamer, om in de buurt een drankje te doen. De ene weet een leuke plek, ik volg. Onderweg lopen we langs de Berlijnse muur – kijken naar de prachtige, beroemde schilderingen, die nog veel meer betekenis lijken te hebben in het donker van de nacht -, de Watergate – waar zwervers hun tentjes hebben opgezet en slapen, bedelen of een biertje drinken – en blijf ik even staan om over het water heen te staren, als we de rivier oversteken.

Aangekomen op locatie wordt het plan bijgesteld en lopen we terug. Uiteindelijk belanden we op een oud industrieterrein dat van de onderste tot bovenste steen is gehuld in graffiti. Het is er prachtig en vanuit alle kanten klinkt muziek. We staan een half uur in de rij voor Badehaus Berlin en dansen daarna uren in een donkere ruimte met confettie op de grond.
Om half vier ben ik moe, echt moe. Ik groet de meisjes en ga naar huis. Het is hooguit een kwartier lopen. De koude lucht streelt mijn verhitte gezicht. Ik haal plezier uit het ontwijken van plassen regenwater op het pad. Het is niet druk en niet rustig. De meeste mensen die ik tegenkom zijn mannen. In Berlijn houden ze hun mond niet. Positieve, soms licht intimiderende woorden worden mijn kant op gefluisterd. Ik loop vrolijk verder. Ik voel me geweldig. Ik ben licht aangeschoten en alleen. Ik kan dit.

Mijn eerste dag van alleen zijn is bijna voorbij. Ik steek de drukke weg over bij What a wurst, waar ik ’s avond een curryworst had gegeten. De andere kant is leeg. Er loopt niemand over straat. Langs de met graffiti bespoten huizen loop ik naar de hostel. Rolluiken verbergen alle ramen op de begaande grond. Ik vraag me af of dit wel of niet een goede buurt is. Teruggekomen bij de hostel besluit ik te douchen voor het slapen gaan. Heerlijk schoon en voldaan lig ik in bed. Ik kan alleen reizen. De eerste dag was geweldig. Op naar de volgende.