Welkom in Amsterdam

door Sophienne Bos

Sinds mijn aankomst in Amsterdam zijn mij een aantal dingen opgevallen. Dingen die ik op andere woonplekken eigenlijk nooit zo ervaren heb en als ze er al waren, dan was het een stuk minder.

Ten eerste is er een overschot aan zingende auto’s. Van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat lijkt de stad geen moment vrij te zijn van sirenes. Als het geen politieauto of een ambulance is die langs scheert, dan is het wel het alarm van één van de geparkeerde auto’s die zijn lied voor mij zingt. Maar het kan ook de auto zijn, waarin een half dove automobilist zit, die zijn muziek zo hard zet dat hij vijf straten verderop nog duidelijk hoorbaar is. Of je hebt de bassliefhebber en natuurlijk heb je detoeters. – TOET! – TOETTOETTOET! – ‘Hé! Hé jij daar!’ – TOETTOET! –
Ten tweede is het hier druk. Niet een beetje druk, nee, écht druk. Het is niet dat ik dat erg vind, ik vind het gewoon fascinerend. Probeer jij maar eens vanaf het Leidseplein naar de Kalverstraat te lopen zonder ook maar één keer tegen iemand op te botsen of bijna aangereden te worden door een tram. Vooral de toeristen vind ik leuk – ze blijven plots staan, maken van alles foto’s (en de Aziaten het liefst met mij, of met een blonde vriendin). Behalve als ze op een fiets zitten, natuurlijk –  de één kan zijn rem niet vinden, de ander weet niet dat hij ook in een rechte lijn zou kunnen rijden, de ander snapt het verschil tussen een rood of groen stoplicht niet en weer een ander weet niet van het bestaan van fietspaden af (en rijdt dus óf midden op straat óf midden op de stoep).
Ten derde het Vondelpark. Dit is echt een hemelse plek. Met honderden joggers, die mij herinneren aan dat ik dat ook al weer te lang niet heb gedaan, en prachtige groene vogels, die van boom tot boom vliegen en de andere vogels verjagen. Ik vind het heerlijk om bij de grote vijver in alle rust de eendjes te voeren. Het Vondelpark lijkt geen deel uit te maken van Amsterdam en toch ook juist weer wel.

 

Ten vierde… ach, wie houd ik voor de gek? Er zijn honderden dingen die ik kan opnoemen. Het zou onrealistisch zijn om na die paar maanden al een hele lijst samen te stellen. Daarbij weet ik zeker dat er al honderden lijsten zijn.
Wel heb ik één nieuwe eigenschap van mijzelf geleerd (of ontwikkeld) en dat is dat ik het fijn vind om door de regen te lopen. Alleen, in mijn normaal zo drukke Amsterdam. Begeleid door het tikken van de regen op mijn paraplu. Ik houd hem met mijn beide handen vast, vlak onder mijn borst, en rust met mijn hoofd op zijn steel. Zo loop ik dan, door de normaal zo drukke straten en ervaar de schone rust van de rouwende wolken.
In een wereld die nooit stil staat vind ik de rust verhelderend. Ik houd van het drukke Amsterdam, maar zijn tegenpool heb ik net zo zeer lief.