Openbaar Vervoer

door Sophienne Bos

Vroeger hield ik van het openbaar vervoer. Als klein kind was ik er werkelijk gek op. Er was niets spannender dan het openbaar vervoer, of het nou het vliegtuig, de trein of de bus was. Het was allemaal hetzelfde en allemaal onwijs mega über cool! Die paar keer dat je bijna een ouder verloor bij een overstap met de trein hoorde allemaal bij het grote spel van het openbaar vervoer. En gelukkig ging het elke keer goed. Thuis hoorde je weken (misschien wel maanden/ jaren) later nog hoe het net op het randje allemaal goed ging.
Dan word je ouder. In het begin hield ik van het openbaar vervoer. Heerlijk in de trein met mijn boekje op schoot en mijn Ipod in mijn oren. Hoe fijn was het om van plek A naar B te komen, geheel in rust en waarmee je ook nog eens je tijd nuttig besteedt door een boek te lezen.
Iets later veranderde het boekje in huiswerk. Achter mijn grote laptop, die net op de tafeltjes paste, of diep verdwenen in mijn studieboek.

En nu… nu reis ik veel. Veel tussen Leeuwarden en Amsterdam en vanuit Amsterdam naar vrienden, school en stage. Hoe meer je reist, hoe meer hekel je krijgt aan het openbaar vervoer.

Zo heb je vertragingen. Treinen die uitvallen, treinen die bij een overstap voor je neus weg rijden omdat de trein waar je in zat te laat aan kwam, je hebt de ‘aanrijding met persoon’ die bij mij altijd een combinatie van verdriet en woede met zich mee brengt en de treinen waarover niets verteld word en die te laat komen waardoor al je overstappen mislukken en dat weet je dan precies op dat moment al maar je hebt geen tijd om een alternatieve route te zoeken omdat je die trein in moet stappen voordat hij wegrijdt, maar je weet op dat moment eigenlijk niet zeker of hij nu nog wel de snelste verbinding is, en of er überhaupt nog een verbinding komt. 

En tot slot heb je ‘ik-kom-wel-maar-ik-ben-er-niet’s: Zo kwamen er laatst 2 bussen niet op dagen en als je belt word je vrolijk verteld dat ze toch écht wel daar langs zijn gereden. Ze had het nog na gevraagd bij de verkeersleider. HEEL FIJN. Maar ik heb net toch echt een uur in de kou gestaan in januari! En het boeit met niets dat ze zeggen dat ze langs zijn gereden. Ik weet honderd procent zeker dat er twee bussen niet langs zijn gekomen. Anders was ik wel even ingestapt, maar bedankt mevrouw, voor de info dat de bus WEL langs is geweest.
Ach, maar natuurlijk gebeurt het vaker dat ze wel rijden (meestal twee minuten te laat, zodat de chauffeur nog even snel kan kletsen, om vervolgens weer zo snel te rijden dat je ook weer twee minuten te vroeg aankomt.)

Dan heb je de trein. Waar ik zo geliefd geniet van mijn boekje. Ik let ook altijd op waar ik ga zitten, althans zodra ik mijn Ipod niet mee heb. Dan zoek ik namelijk altijd een stilte coupé. Je weet wel, die treindelen waar het stil zou moeten zijn. Helaas is het dat vaak niet. Op zich vind ik dat niet erg, want mensen zijn mensen en sommige mensen weten het niet of boeit het gewoon niet. Oké. Mensen dus. Maar dan komt de conducteur en zegt vervolgens niets van de muziek die zonder oortjes wordt afgespeeld, of van het luide gesprek dat gevoerd wordt. Dan denk ik dus: ‘Zijn jullie hier alleen voor de boetes? Of ook daadwerkelijk om mensen een fijne treinreis te geven?’ Afijn, maakt niet uit. Het is vaak genoeg stil. Helaas niet altijd.
Lieve mensen in de trein (vooral de mensen in de stilte gedeeltes) ik hoef niet te weten wie jij van’t weekend geneukt hebt, ik hoef niet te weten dat je moeder een hoer is of dat je vader je slaat. Ik hoef niet te weten dat je leven verschrikkelijk is en ik hoef niet te weten dat je eergisteren aangerand bent in de kroeg.
Dit zijn dingen die je voor jezelf moet houden, lijkt mij. Althans, het lijkt mij dat als mijn vader me zou slaan of als mijn moeder een hoer is dat ik dat voor mezelf zou houden. Het lijkt mij dat de wereld niet hoeft te weten dat mijn leven verschrikkelijk is en dat ik ben aangerand.
In de trein lijken privé en openbare gesprekken één te zijn. Alsof niemand door heeft dat er ook andere mensen zijn die je kunnen horen.

Dan wil ik het ook nog kort hebben over de geur. Mensen om negen uur ’s ochtends die patat met mayo eten laten mij geregeld kotsneigingen hebben en dan heb je natuurlijk de mensen in de metro of tram met een geur om u tegen te zeggen, die dan net zo gaan staan dat jouw neus precies in hun oksel zit. Heerlijk. Heel fijn. Ach, metro’s stinken sowieso.

Hmm… Wat zijn er toch veel nadelen aan openbaar vervoer. De lijst houdt hier dan ook nog lang niet op. Al maakt dat niet uit. Want ik blijf ze dankbaar dat ze mij van hot naar her brengen. Ik heb geen auto, kan niet 150km aan op mijn fietsje en al helemaal niet lopen.

Dus bij deze, bedankt openbaar vervoer. Ik neem de geur, de pratende mensen, de vertragingen etc. etc. etc. wel voor lief!