Douane… Menzies… en Schipholschipholschiphol

door Sophienne Bos

Zo. In een achtbaan van emoties heb ik vandaag gezeten. Wat heb ik veel gevoeld.

Het begon allemaal rond mijn lunchpauze op werk, waar mijn broertje mij belde. Hij zat met een probleem. Een vriend van hem uit Saudi-Arabië had hem een verjaardagscadeau gestuurd en dat lag nu bij Menzies op Schiphol. Mijn broertje moest binnen 18 uur dat pakket ophalen, anders zou hij per dag mega veel moeten gaan betalen (bovenop de 69,31 die hij sowieso moest betalen). Maar mijn broertje woont in Friesland en had niet de mogelijkheid om naar Schiphol te komen en ik… ik woon in Amsterdam, dus ik was de dupe.

Ik was deze ochtend vroeg begonnen met werk, waardoor ik om kwart over vijf al naar huis mocht. Super fijn, want ik was moe en wilde vroeg mijn bedje in duiken met een restje Babotie dat ik nog in de koelkast had staan en lekker hersenloze televisie. Streep dat maar door. Rond half zes zette ik mijn fiets thuis neer en ging met de tram naar de trein naar Schiphol. En ik was zo moe en chagrijnig en ik vroeg me af waarvoor ik dit deed terwijl ik zo graag rustig thuis had kunnen zitten. Ik kreeg een appje waarin stond dat ik écht een goed mens was. En toen wist ik weer waarvoor ik het deed, natuurlijk. Voor mijn broertje. Waar ik van houd en van wie ik wil dat hij gelukkig is. Vanaf Schiphol ging ik met de bus naar Menzies, dat dik een kwartier rijden was en daar stond ik dan. Op een industrietrein waar duizend vrachtwagens reden.

Mijn broertje regelt altijd alles heel goed. Echt goed. Hij had mij zijn pakketnummer geappt, waardoor ik het terrein op kon en nog voordat ik het gebouw helemaal binnen was kwam een medewerker op mij aflopen. Hij wist dat ik zou komen, want mijn broertje had hem telefonisch ingelicht (en schijnbaar komen daar sowieso nooit particulieren dus ik was uitzonderlijk – Yay!) Goed. Ik papieren gekregen, daar moest even een stempel van de Douane op en dan kon ik het pakket krijgen. Douane. Waar zaten die ookalweer? Ja natuurlijk op Schiphol.


Dertig minuten. Dertig. Heb ik op de bus gewacht. Toen weer dik een kwartier rijden naar Schiphol en daar opzoek naar de Douane. Drie verschillende kanten uit gestuurd, met mijn bek vol tanden gestaan bij medewerkers die alleen Engels spraken (Douane in het Engels.. uhmm..) en uiteindelijk maar op de marechaussee mannetjes afgestapt (Waar ik eerder ook al eens over heb geschreven) en hen gevraagd waar de Douane waren.

En toen was ik daar. Bij de Douane. Verhaal uitgelegd, papieren en ID gegeven enzovoort. Ze gingen Menzies even bellen, want de inhoud van het pakketje moest bekeken worden. Ik ging koffie halen. En een donut, besloot ik toen die daar zo mooi lag te liggen. Nomnomnom. Terug bij de Douane. Of mijn broertje wist wat er in het pakketje zat en hoeveel dat waard was. Dat bleek zo’n 75€ te zijn; kleren, koekjes en dadels. Of mijn broertje het zeker wist? Ik gaf door dat mijn broertje dat niet zeker wist, want de kleren waren handgemaakt. De kleren waren wat? Ik heb mijn telefoon onder het glazenruitje doorgeschoven en heb mijn broertje met de Douane-meneer laten praten.

Wachten.
Wachten.
Wachten.

Stempel 😀
Gelukkig waren de Douane-mensen lief. Ze lachte naar me terwijl ik happen van mijn suikerdonut nam en keken meelevend terwijl ik over de telefoon tegen mijn moeder zei dat ik moe was. Douane-mensen lachen veel, ze hebben vriendelijke gezichten. Niet die televisie enge, vieze, stomme mensen gezichten. Deze waren leuk.

Goed. Ik had mijn stempel en ik mocht weer met de bus (die niet meer reed waardoor ik een andere bus moest en toen een overstap moest maken naar nog een bus) weer naar Menzies. Ik was moe. Chagrijnig en nog meer moe. Maar ik was er.

Het pakket voor mijn broertje was 23kg. Ik was met de bus, nog een bus, trein en tram en dat was dus niet handig. Daarbij woont mijn broertje in Friesland dus. uhm… De meneer van Menzies gelukkig ook. Het pakketje van mijn broertje ligt dan nu ook in zijn auto, waar we het hebben gelegd nadat ik had betaald, met hem mee mocht naar de loods (waar niemand normaal mag komen) en het naar buiten hebben getild. – Oja, nu moet ik natuurlijk niet vergeten dat het niet zijn auto was, maar die van het werk en dat hij de auto wilde starten met zijn sleutel en dat het niet lukte en dat we allebei – of was het alleen ik? – keihard hebben gelachen :)

Anyway. Ik was klaar. Weer op de bus wachten. En wachten. En toen kwam een jongen waarmee ik in gesprek raakte, die daar werkte en lange dagen maakte. En toen kwam de bus (met dezelfde buschauffeur die mij zijn rondje eerder daar had afgezet). En ik bleef met die jongen praten over de mensen die we lieten staan, omdat de bus vol zat. En toen kwam de overstap. En ik bleef praten over 1000 zweepslagen en over Marokko en over zijn geloof. En Schiphol. En hij was vriendelijk. En toen stapte ik uit waar hij doorging. En kwam de tram. En mijn huis. En zo direct de laatste, en beste, halte: mijn bed.

Slaap zacht allemaal. En vergeet niet, zelfs op je meest klote dagen kun je eindigen met een glimlach op je gezicht. En weet je waarom? Omdat mensen lief zijn.