Een maand alleen op reis – #16 Wonderlijke watervallen in Plitvice Kroatië

door Sophienne Bos

Nadat ik mijn ticket had gekocht, werd ik gevraagd om naar een training cursus in Zagreb te gaan. Eerst dacht ik: maar dan ben ik op reis, en al snel veranderde dat naar: dat is een goede toevoeging aan mijn reis.

In Nederland had ik de andere twee Nederlanders één keer eerder ontmoet: Fadoua en Mo. Fadoua zou drie dagen voor de training aankomen in Zagreb. Ik besloot ook eerder te gaan, zodat we samen de stad een beetje konden verkennen.

Toen ik aankwam vertelde ze enthousiast dat ze wat mensen had ontmoet in de hostel en dat het idee was om de dag daarna naar Plitvice te gaan: de prachtige watervallen van Kroatië. Dat klonk geweldig! Die avond gingen we samen met haar nieuwe vrienden uiteten en liepen we wat door de stad. Helaas kon de tour alleen doorgaan als er minimaal 4 mensen waren. Een paar mensen gingen de dag daarna weg, waardoor Fadoua, Diego en ik slechts met zijn drieën waren. Overal zochten we een vierde persoon. We spraken zelfs random mensen op straat aan in de hoop dat ze mee zouden willen.

Toen we een beetje teleurgesteld terugkwamen in de hostel werd ons verteld dat er net iemand van een ander had gebeld om te vragen of hij morgen mee kon naar de watervallen! Ons tripje Plitvice was gered!

De ochtend was vroeg en voelde nog vroeger. Toen we met vermoeide, maar enthousiaste hoofden aan de ontbijttafel zaten.

Na het ontbijt ontmoette we Nick, de jongen uit de andere hostel. Enthousiast vertelde we hoe blij we waren dat hij er was. Ik denk dat we een beetje overweldigend waren, want op de heenweg was hij redelijk stil in de auto. En toen waren we er. Het was de eerste dag dat het hele park weer open was. Onze tourguide zette het tempo er aardig in, want hij wilde ons alles laten zien.

Via houten paden over het water, trappetjes, steile weggetjes, een half uur op een boot, natte routes. door een grot en door het bos liepen we van meer naar meer en zagen waterval na waterval. Wij waren elke keer opnieuw verwonderd. En hoewel we het liefst uren zouden blijven staan joeg onze tourguide ons telkens op. In het begin vervelend, maar op het einde snapte we volledig waarom: hoe verder we gingen hoe groter de watervallen. Het was uitzinnig mooi. Veel mooier dan de foto’s, maar ik zal jullie proberen een idee te geven van hoe het was door ze alsnog te plaatsen :)

Na ons prachtige avontuur kwamen we uitgeput terug in de hostel. Na gegeten te hebben zijn we vrij snel op bed gegaan.

Ik had direct een hechte band met Fadoua. Het voelde alleen erg vreemd om opeens Nederlands te kunnen praten. Ik had mijn hele reis geen enkele Nederlander gezien.

Vol goede energie viel ik snel in slaap. Klaar voor de volgende dag met Fadoua en de jongens en de training die daarna zou komen!

Een maand alleen op reis – #15 Voetjes in de Middellandse Zee bij Piran

door Sophienne Bos

In een ongelofelijk warme bus rij ik van Koper naar Piran. Aan de ene kant de zee, aan de andere kant wijngaarden. Ik heb nooit geweten hoe mooi de natuur in Slovenië is, en geniet met volle teugen. De horror hostel even vergeten, hoewel ik daar vanavond natuurlijk weer naar terug moet.

Aangekomen in Piran loop ik met de stroom toeristen mee langs het kleine haventje (met een verkeersbord (zie foto) waar ik heel hard om moest lachen!), richting de oude stad. Links de zee, rechts restaurant na restaurant. Ik vind het allemaal een beetje te druk om in mijn eentje met mijn boek te gaan zitten. Voor ik het weet ben ik al bij de bocht. Vanaf dit punt kan je zowel de kust van Kroatië als die van Italië zien. Ik blijf even de verte in turen en loop dan verder. De terrasjes hier liggen aan het water, in plaats van met tussen het terras en het water de weg ertussenin zoals voor de bocht. Er is bijna niemand. Ik ga op bankje zitten met heerlijk zachte kussens en bestel een fruitbiertje. Mijn boek ligt onaangeraakt op tafel. Ik kijk naar de bootjes, naar een duikles vlak naast mij en naar de kust van Italië in de verte.

Na ruim een uur gezeten te hebben besluit ik door Piran te gaan lopen. Net als Koper is Piran heel klein. Binnen no-time heb ik meerdere weggetjes gevolgd die uitkomen op hetzelfde punt. Mijn knie is ook moe, tijd om de bus terug te pakken. En dan zie ik het kasteel op de berg. Natuurlijk besluit ik om de klim te maken en van het uitzicht te genieten.

De weg is steil, en pijnlijk voor mijn knie, maar het blijkt het compleet waard te zijn als ik eenmaal boven sta. Voor 1 euro kan ik door een poortje om de oude muur op te klimmen en vanaf het hoogste punt naar Piran te kijken.

Wachtend op de bus stap ik even de Middellandse Zee in, gewoon omdat het kan. Het ijskoude water kleurt mijn voeten al snel rood. Tijd om terug te gaan.

In Koper besluit ik even langs het kroegje te lopen waar ik de dag daarvoor was geweest. Brigita had gezegd dat ze weer zou moeten werken. Onderweg zie ik een man en vrouw hand in hand lopen. Niets raars aan, zou je denken, tot ik het maskertje zie dat de man draagt. Hij bestond dus echt, dit is de man uit de hostel die mij de kriebels had gegeven! Opeens is de mug geen olifant meer en is mijn angst voor de hostel direct verdwenen.

Brigita is blij als ik binnenloop. Drie mannen zitten apart van elkaar een biertje te drinken en verder is er niemand. ‘Over drie uur ben ik klaar met werk. Wil je samen eten?’ Ik ga aan de bar zitten en pak mijn boek. We kletsen, drinken koffie en als ze druk is lees ik mijn boek. Als ze ’s avonds wordt overgenomen neemt ze me mee naar Planet Tûs. Een soort Amerikaanse mall, met bowling, bioscoop, restaurantjes en winkels. Iets waar elke Sloveen in zijn jeugd te vinden is, volgens haar.

Na het eten gaan we nog ergens wat drinken. In mijn kamer ligt een meisje. Ze vertelt dat ze de dag daarna een examen heeft. Veel studenten wonen niet in Koper, maar studeren er wel. Als ze vroeg examen hebben slapen ze altijd in een hostel, legt ze uit. We praten een hele tijd over haar studie, pedagogie, en daarna over politiek en mensen. Over hoeveel mensen we zouden kunnen bereiken als we samen zouden werken.

Om zes uur ’s ochtends wekt ze me kort om mij te groeten voordat ze weggaat.
Twee uur later sta ik om. Tijd om naar Zagreb te gaan.

Een maand alleen op reis – #14 Horror hostel

door Sophienne Bos

Na mijn ontbijt aan zee (lees hoe ik hier terecht kwam in mijn vorige blog) loop ik verder door Koper. Na twee uur ben ik al drie keer door de hoofdstraat gelopen. Koper is heel klein. Opnieuw zoek ik een plek bij het water en blijf daar een eeuwigheid. Hoewel Koper oud en klein is, heeft het wel WiFree. En dus zit ik daar op een bankje aan de Middellandse zee append met vrienden die ik al te lang niet heb gesproken.

Voor het eten keer ik terug naar de hostel. Er is niemand. In de andere steden ontmoette ik mensen in de hostels. Dat zou hier niet gebeuren. Ik vind een restaurant met een terras waar de laatste restje zon nog opvallen. Oudere mannen drinken pilsjes terwijl ze sigaret na sigaret weg paffen. Ik bestel een halve liter bier om te tonen dat ik er prima bij pas en de argwanende blikken die mij hadden moeten weg kijken verdwijnen direct. Met mijn boek ga ik buiten zitten en bestel een bord eten. Als ik ben uitgegeten komt er een meisje aan de tafel achter mij zitten. Ook een verdwaalde toerist? Ik bedenk manieren om met haar te praten. Uiteindelijk laat ik mijn mobiel zien. ‘Do you have WiFi?’

We raken in gesprek. Als ze klaar is met eten vraagt ze me mee naar haar werk, een kroegje om de hoek, net uit het oude Koper. Een vriendin van haar zou er ook zijn, dus ik besluit mee te gaan. En zo vind ik mezelf iets later aan een tafeltje met twee jongens een een meisje. Akward in het begin, hilarisch gezellig na een uur. Ik krijg de lokale shots voorgeschoteld en drink Sloveens bier (natuurlijk met een draak op het logo).

Het is laat als ik terugkeer naar de hostel. Beneden is het donker. Het licht op de gang gaat flikkerend aan als ik bovenkom. Op de gang staan natte voetstappen die in het niets verdwijnen. Misschien was ik dan toch niet de enige in de hostel? Onder geen enkele deur komt licht vandaan.

Ik ga snel naar mijn kamer. Voor het eerst voel ik me niet helemaal veilig. In alle andere hostels waren allemaal mensen geweest, hoewel sommige mensen aan wie ik vertel dat ik ga interrailen het idee dat er allemaal mensen bij je zijn eng vinden, vind ik juist dit, het alleen zijn, ontzettend eng. Buiten het seizoen om naar een klein dorpje reizen was misschien niet het beste idee.

De volgende ochtend ga ik douchen. In de cabine is niet eens ruimte om je handdoek op te hangen, zowaar voordelig dat ik alleen ben. De gang is donker als ik in mijn handdoekje terug loop naar mijn kamer. In de deuropening van een kamer aan het einde van de gang vang ik een glimp op van een man met een masker voor zijn mond, zo een die ze in China dragen. Na met mijn ogen geknipperd te hebben is de man verdwenen.
In mijn kamer vraag ik me af of ik de man echt heb gezien, of dat ik nog zo slaperig ben dat ik me dingen inbeeld.

Nadat ik me heb aangekleed en opgemaakt ga ik naar beneden. In de gang staat een man in een wit pak op de ladder, zijn hoofd verstopt in het plafond. Als hij mij hoort stapt hij naar beneden. Het is de fietser, de receptionist. Ik denk aan een horrorfilm waarbij elke bijrol door dezelfde man wordt gespeeld. Zonder hem te groeten snel ik naar buiten toe.

Op de markt haal ik een croissantje en een kop koffie en loop naar de zee. Ik moet even mijn hoofd leegmaken voordat ik, op aanraden van de Slovenen die ik gisteren heb ontmoet, met de bus naar Piran ga.

Een maand alleen op reis – #13 Plots aan de Sloveense kust

door Sophienne Bos

Over een paar dagen heb ik een trainingscursus in Zagreb, Kroatië, vandaar dat ik niet te ver met de trein wil en mijn uren goed besteden. Ik open de interrail kaart en mijn oog valt op ‘Koper’ een klein havenstadje aan de Sloveense kust. Ik heb nog nooit van Koper gehoord, en besluit daar naar toe te gaan. Ik download het gebied op Google Maps en zoek twee hostels op.

’s Ochtends vroeg loop ik naar het treinstation. Helaas rijden de treinen niet, maar er is vervangend busvervoer. Ik word een bus in geleid die rechtstreeks naar Koper gaat. In plaats van mijn oorspronkelijke aankomsttijd, ben ik ruim een uur eerder, doordat de bus nergens anders stopt.

De eerste hostel was dicht, en de tweede ook. Een beetje verslagen loop ik met mijn zware tas rond. Toch maar terug gaan naar de eerste hostel? Het nog eens proberen?

Een dikke, oude man loopt naar me toe. ‘Hostel, hmm?’ Hij wijst richting de deur van de eerste hostel. Met een vriendelijk duwtje in de rug loop ik met de man mee. Binnen is de receptie gesloten. Via een donkere ruimte waar een jongen achter een computer zit, leidt de man mij naar de keuken. Vanuit een klein raampje valt zonlicht naar binnen. Verder is het donker. De grote ramen in de buurt van de bank worden geblokkeerd door twee vieze matrassen.‘Ten minutes,’ zegt de man, waarbij hij zijn vingers laat zien om zijn woorden kracht bij te zetten. Daarna verlaat hij de stinkende kamer: het is de geur van zweet en riool. Ergens wil ik weg, aan de andere kant weet ik dat er geen ander hostel is, en deze had toch echt een rating van 8,4 op hostelworld. Het moet wel oké zijn. Na tien minuten loop ik naar de jongen achter de computer om de te vragen naar het wifi wachtwoord. Hoewel de jongen geen Engels spreekt blijkt wifi universeel te zijn. Terug op de bank in de donkere keuken leg ik contact met het thuisfront.
Na dik een halfuur komt de man terug. ‘Coffee?’
Ik knik. ‘Thank you.’
Als de man koffie heeft gezet gaat hij aan een tafel zitten en zet de tv luid aan. Woont hij hier? Is hij een gast? Ik heb echt werkelijk geen idee. Ik vraag nogmaals of er iemand van het personeel komt, waarop hij opnieuw tien minuten antwoordt. Argwanend kijk ik om mij heen en check vervolgens nogmaals hostelworld. Positieve reacties. Het moet goed zijn.

Na twintig minuten hoor ik geluid bij de receptie. In een strak sportpak komt een jongen met een mountainbike binnen. Hij ruikt naar zweet en groet mij geroutineerd. ‘Five minutes,’ zegt hij en wijst naar het dichte luik voor de receptie. Ik ga op de stoel in de gang zitten. Na vijf minuten gaat het luik dan ook echt open. De jongen, nog altijd in fietsuniform, zit nu daar. Na betaald te hebben brengt hij mij naar boven. Een lange gang, met geblindeerde deuren. Bij de trap twee wc’s en verderop een ruimte met wasbakken, spiegels, en vier douchehokjes. Dan laat hij me achter in een kamer met zes bedden, geen enkel bed is in gebruik. Ik kies het enige bed waar een stopcontact in de buurt is en stop mijn tas in mijn kluisje. Ik heb al zolang gewacht, het is tijd om de omgeving te verkennen! Beneden wil ik vragen of ze een kaart van de stad hebben, maar er is niemand meer. De luiken zijn dicht, de lichten uit. De jongen achter de computer weg, de oude man nergens te bekennen. Er is geen geluid, niets. Naast de receptie hangt een rekje met flyers. Ik vis er een kaart van Koper uit..

Buiten is het heerlijk weer. Zonnig en warm. Het tegenovergestelde van de vreemde hostel. Ik loop door het dorp heen en kom uit bij de zee. Ik drink een kop koffie en eet een omelet op een terras naast de zee. De zout en visgeur maakt alles goed. Water is altijd goed voor mij geweest. Vroeger als ik gepest werd, gingen we zomers zeilen. Van dorp naar dorp. Over rivieren, meren of de zee. Daar werd ik niet gepest. Samen met de andere zeilkinderen creëerden we avonturen. Leefden we het echt leven en genoten van elke dag. Daar op dat terras, daar was ik niet alleen. Daar was ik samen met dat gevoel van avonturier zijn

Een maand alleen op reis – #12 Ljubljana en haar draak

door Sophienne Bos

Onderweg naar Ljubljana krijg ik een bericht van een meisje dat ik leerde kennen in Bratislava. Zij was ’s ochtends aangekomen in Ljubljana en had op Facebook gelezen dat ik nu ook die kant uit kwam. Drie uur later sta ik naast haar in een kamer met acht bedden, waarvan er maar twee in gebruik zijn: die van haar en die van mij.

Ik neem een snelle douche – met zo’n verschrikkelijke indruk knop die je ingedrukt moet houden om water uit de douche te krijgen en waar je de temperatuur niet zelf kan instellen – en dan gaan we de stad in voor een hapje eten en een drankje. We eten op het terras aan de rivier, met uitzicht op het kasteel op de heuvel. ‘Heb je de freetour al gedaan?’

Dat heeft ze niet. We besluiten dat de dag daarna direct te gaan doen.

Wederom zit de freetour vol prachtige verhalen. Zo zie je overal draken, zelfs op de vlag van Ljubljana: de draak, wonend op de heuvel waar nu het kasteel staat, heeft de inwoners immers jaren beschermd.

Maar niet alle verhalen zijn mooi. Zo staan we op een gegeven moment op een brug, waar vroeger bakkers die zand in een broden stopte om meer geld te verdienen werden gestraft. ‘De bewoners noemde het ‘het theezakje’, iemand enig idee wat hier gebeurde?’ Ik kan me er direct iets bij voorstellen, hoewel ik dat liever niet doe. ‘Inderdaad, hier werden de bakkers in een kooi onderwater gegooid, omhoog gehaald en weer ondergedompeld. Net zolang tot het publiek er geen zin meer in had.’

Ik kijk naar de terrassen langs het water, ooit stonden daar juichende mensen. Kijkend naar hoe anderen gemarteld werden. Nu zitten er mensen te genieten van de prille zon en koffie.

De tour eindigt en we vinden dat het tijd is om de berg op te klimmen. Eens even kijken of die draak daar nog steeds leeft. De draak kunnen we helaas niet vinden. Wel een museum met de geschiedenis over Ljubljana en daarna klimmen we de toren in om van het uitzicht te genieten.

Na een hapje eten, wilde ik graag naar een buurt die de jongen in de hostel had aangeraden om te bekijken. Het is een buurt waarin de krakers leven en waar vaak punk en rockconcerten worden gegeven. het is bestwil een stukje lopen, maar naar mijn idee was het het helemaal waard. Overal waar je kijkt zie je kunst – hoewel mijn metgezellen het iets minder kunst vinden, en het liefst heel snel ergens anders heen gaan.

Graffiti, mozaïek, beeldhouwwerken, en nog veel meer. Voor de liefhebber: hier is ook een hostel (waar ik eigenlijk van plan was om naar toe te gaan).

Toevallig begint er net een concert als wij op het terrein aankomen. Na twee seconden binnen te zijn geweest, volg ik mijn metgezellen naar buiten. ‘Ik heb hier niets op tegen, maar liever niet.’

Ik kan niet anders dan begrijpen dat ze liever ergens anders heen gaan. Als je niet van keiharde muziek houdt, dan snap ik dat dit misschien niet de plek is waar je graag bent. Ik moet morgen toch vroeg op, mijn reis vervolgen. Ik kijk nog één keer achterom en volg de meiden, die onderhand al bijna het terrein af zijn, richting de ‘normale’ stad.