Op haar rug droeg Moniek de dood in een lichtgroene rugzak. Ze wist precies waarnaar ze op zoek was. Haar doel was heel helder. Alleen waar kon ze het vinden?

Bijna een uur liep ze rond. De hoop bijna opgegeven. Toen, op een bijna uitgestorven pleintje ergens in West, vond ze wat ze nodig had. Ze trok haar handschoenen aan. Pakte uit haar zak het pistool waarvan ze bang was hem te gebruiken. Ze had geen keus, vertelde ze zichzelf keer op keer.