Op 13 juli stond ik op Schiphol. Voor het eerst in mijn leven ging ik een lange afstand vliegen. Ik had er onwijs, ongelofelijk, mega, über veel zin in!! Ook al riep iedereen om mij heen dat twaalf uur vliegen écht geen pretje zou zijn, vooral niet vanwege de tussenstop op Aruba. Waar je vast zit in een vliegtuig dat twee of drie uur stilstaat.
De incheck rij vond ik leuk, de bagage drop off rij vond ik leuk, de paspoort controle – die tegenwoordig elektronisch is – vond ik leuk en het taxfree shopping gedeelte vond ik leuk. En zo vonden vele kinderen om mij heen dat ook. De volwassenen vonden het iets minder, leek zo.
Daarna moesten we bij de gate een uur wachten voordat de handbagage gecontroleerd zou worden, dat vond ik ook leuk. Er liepen marechaussee mannetjes rond met angstaanjagend grote wapens, die vond ik ook leuk, hoewel ze me ook het gevoel gaven dat ik drugs en bommen op zak had, hoewel dat uiteraard niet het geval was.
Ik moest tien keer plassen en zelfs het naar de wc en terug lopen vond ik leuk, ja zelfs de vrouwenrij vond ik leuk.

Alles was leuk want ik ging op vakantie! Ik was op Schiphol en stond aan het begin van een vakantie. Wat een feest. Zo stonden er honderden, duizenden, misschien wel miljoenen mensen op Schiphol. Dag in. Dag uit. Niet iedereen zal het zo leuk gevonden hebben als ik, waarschijnlijk was niemand zo overenthousiast als ik, maar Schiphol is het begin en het einde van een (meestal) goede tijd.